Bekwaamheden en bevoegdheden orthopedagogen

Mogen orthopedagogen zelfstandig diagnostisch onderzoek verrichten. Mogen ze zelfstandig diagnoses stellen, curatieve behandeling bieden? En moeten ze daarvoor geregistreerd zijn?


Geen expliciete regelgeving, wel mogelijk andere regels van toepassing.

Het antwoord op dergelijke vragen is meestal maatwerk. Er bestaat geen algemeen geldende wet- of regelgeving waarin bevoegdheden van orthopedagogen expliciet worden geregeld. Ook niet voor het mogen verrichten van bepaalde taken en werkzaamheden. (Zo’n wettelijk kader is er evenmin voor psychologen.)

De context waarbinnen werkzaamheden worden verricht en het doel waarmee die worden uitgevoerd, zijn van invloed op wat kan en wat mag. Van geval tot geval kan namelijk wel degelijk een regelgeving van toepassing zijn waarin taken worden voorbehouden aan (met name) geregistreerde orthopedagogen.

In principe geldt de norm van bekwaamheid. Iedere orthopedagoog bewaakt de grenzen van zijn/haar eigen deskundigheid en handelt daarnaar.


De rol van registratie

De vraag wat een orthopedagoog wel en niet mag, wordt dikwijls gekoppeld aan het niveau waarop het beroep wordt uitgeoefend. Wat mag ik als basis-orthopedagoog of als orthopedagoog-generalist?

Zoals gezegd, is er geen wettelijk lijst van voorbehouden taken en werkzaamheden waaraan bevoegdheden kunnen worden ontleend. Noch voor basis-orthopedagogen, noch voor orthopedagogen-generalist. Een veel gehoorde aanname is dat orthopedagogen onder verantwoordelijkheid van een gz-psycholoog werken, en dat het stellen van diagnoses is voorbehouden aan BIG-geregistreerden. Dat is dus niet in algemene zin het geval. Een orthopedagoog is altijd zelf aanspreekbaar op zijn/haar professionele handelen en moet daar desgevraagd verantwoording over afleggen. De beroepscode NVO borgt verantwoord en zorgvuldig handelen evenals de professionele verantwoordelijkheid.

 

Uitgangspunten voor de norm van bekwaamheid

De norm van bekwaamheid neemt de ‘complexiteit van problematiek ‘en ‘de mate van zelfstandig handelen’ als uitgangspunt.

Universitair opgeleide orthopedagogen hebben een gedegen beroepsopleiding genoten op basis waarvan zij veel voorkomende werkzaamheden in het brede jeugdveld kunnen verrichten. De kern daarvan betreft diagnostiek en behandeling van enkelvoudige problematiek met gestandaardiseerde diagnostiektrajecten en interventies. Bijvoorbeeld het afnemen van tests als de WISC, de SON, de NIO, de FRT, rekentoetsen en vragenlijsten als de CBCL af te nemen.

Van een orthopedagoog-generalist mag worden verwacht dat hij/zij meer complexe en ernstige problematiek en bijbehorende diagnostiek en interventies pleegt. Bijvoorbeeld complex persoonlijkheidsonderzoek, observaties in complexe opvoedingssystemen en gezinsbehandelingen. In dat opzicht oefent een postmaster opgeleide orthopedagoog op een breder palet aan taken zelfstandig het beroep uit. Onderdeel daarvan is bijvoorbeeld ook het bevorderen van de deskundigheid en het begeleiden van collega’s die nog niet op dat niveau het beroep uitoefenen.

 

Onderwijs

Wet- en regelgeving en beleid

In het onderwijs is specifieke regelgeving en/of beleid van toepassing op diagnostische taken voor orthopedagogen zoals het stellen van diagnoses. Per onderwijsdomein is een korte beschrijving opgenomen waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen beroepsgenoten in loondienst of vrijgevestigd.

 

Primair onderwijs tot augustus 2014

In het primair onderwijs is de regelgeving voor leerlinggebonden financiering (LGF) van kracht. Dat betekent dat voor indicatiestelling voor verwijzing naar speciaal onderwijs (al dan niet met een ‘rugzakje’ in het regulier onderwijs) diagnostisch onderzoek, inclusief diagnose, moet worden verricht door een ‘daartoe bevoegde deskundige’. De wetgever heeft echter niet geëxpliciteerd wie als zodanig aangemerkt wordt.

Bij gebrek aan een wettelijke definitie voor bevoegde deskundige wordt vaak aangesloten bij  de invulling daarvan door de beroepsgroep(en). De NVO is van mening dat orthopedagogen-generalist/gz-psychologen/kinder- en jeugdpsychologen bekwaam en daarmee bevoegd om onderzoek voor indicatiestelling. Deze werkzaamheden kunnen ook onder begeleiding en verantwoordelijkheid van deze groep worden uitgevoerd door basis-orthopedagogen.

Het is aan indicatiestellingsorganen en scholen zelf om het NVO-advies over het kwalificatieniveau over te nemen. Daar wordt in de praktijk verschillend mee omgegaan. De ervaring leert wel dat opname in een postmasterregister dikwijls is vereist voor de erkenning van een indicatiestelling en de registratie basis-orthopedagoog met basisaantekening diagnostiek voor herindicaties.

 

Voortgezet onderwijs, LWOO en Pro tot augustus 2014

Ook binnen het voortgezet onderwijs is specifieke regelgeving en/of beleid van toepassing op de werkzaamheden van orthopedagogen. Vooralsnog moet de indicatiestelling ten behoeve van verwijzing naar speciaal onderwijs worden verstrekt (onder verantwoordelijkheid van) een ‘diagnostisch geschoold orthopedagoog’. In het voortgezet onderwijs wordt daar onder een  orthopedagoog-generalist/gz-psycholoog/kinder- en jeugdpsycholoog verstaan.

Voor indicatiestelling LWOO en Pro is wettelijk expliciet geregeld dat indicatiestelling en diagnose is voorbehouden aan orthopedagogen-generalist, gz-psychologen en kinder- en jeugdpsychologen.

 

Scholen (PO, VO, MBO) en het examenbesluit

Voor intern diagnostisch onderzoek –bijvoorbeeld intelligentieonderzoek- of advisering en begeleiding van leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben, gaan scholen verschillend om met het stellen van kwalificatie-eisen aan gedragswetenschappers. In de regel wordt ten minste de registratie basis-orthopedagoog gevraagd aan de diagnosticus of adviseur, begeleider.

Voor het toewijzen van individuele examenfaciliteiten hebben scholen conform het Examenbesluit VO een deskundigenverklaring nodig die door een ‘ter zake deskundige psycholoog of orthopedagoog’ is opgesteld. In het besluit is echter niet  geëxpliciteerd wie als zodanig aangemerkt kan worden. In de praktijk wordt daaraan verschillend invulling gegeven: zowel basis-orthopedagoog als orthopedagoog-generalist/gz-psycholoog/kinder- en jeugdpsycholoog.


Passend onderwijs vanaf augustus 2014

Met de invoering van passend onderwijs per 1 augustus 2014 komen alle bestaande regelingen in het onderwijs te vervallen. En daarmee ook het voorgaande onder 1 tot en met 3. Binnen samenwerkingsverbanden passend onderwijs wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen primair en voortgezet onderwijs. de omvang van het speciaal onderwijs blijft straks binnen de samenwerkingsverbanden gelijk.

Het inrichten van onderwijstrajecten en de wijze waarop wordt bepaald of leerlingen extra ondersteuning of speciale onderwijsbehoeften hebben, wordt een verantwoordelijkheid van de  afzonderlijke samenwerkingsverbanden. De rol en positie van orthopedagogen daarin is afhankelijk van het beleid dat deze samenwerkingsverbanden gaan voeren en kan onderling verschillen.

Het bepalen van de toelaatbaarheid van leerlingen voor speciaal onderwijs wordt apart geregeld in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Het uitgangspunt daarvoor is dat een vakbekwame gedragswetenschapper op postmasterniveau (orthopedagogen-generalist, gz-psychologen en kinder- en jeugdpsychologen) de toelaatbaarheidstoets uitvoeren. Zodra daarover definitief duidelijk bestaat wordt de folder daarop aangepast.

 

Dyslexie

Het verstrekken van dyslexieverklaringen in het onderwijs

Op de site van het ministerie van OCW staat dat dyslexieverklaringen alleen door ‘een erkende psycholoog of orthopedagoog, gespecialiseerd op het gebied van leerstoornissen’ kan worden afgeven. Er is echter niet geëxpliciteerd wie als zodanig wordt aangemerkt. In de praktijk komt dat neer op orthopedagogen-generalist, kinder- en jeugdpsycholoog en gz-psychologen.

De NVO vindt het gewenst dat professionals die deskundigenverklaringen afgeven op postmasterniveau het beroep uitoefenen; ook de Stichting Dyslexie Nederland en oudervereniging Balans steunen deze visie. Het standpunt van deze partijen heeft echter geen wettelijke werking. Scholen kunnen om die reden zelf bepalen van wie zij verklaringen accepteren. Het is dus belangrijk te verifiëren welke eisen zij stellen. Met name bij de overgang van leerlingen van het basis naar het voortgezet onderwijs komt het voor dat in het voortgezet onderwijs hogere kwalificatie-eisen worden gesteld. Dat hangt samen met het doel waarvoor een dyslexieverklaring in het voorgezet onderwijs wordt verstrekt, vaak extra examenfaciliteiten.

 

Dyslexiezorg

Naast de dyslexieverklaringen ten behoeve van en remediërende begeleiding binnen het onderwijs bestaat de mogelijkheid voor leerlingen die ernstig enkelvoudig dyslectisch zijn om behandeld te worden in de zorg (GGZ). Het gaat nu nog om vergoede dyslexiezorg vanuit de Zorgverzekeringswet. Vanaf 2015 wordt alle zorg voor jeugd overgeheveld naar de gemeenten vanwege de transitie jeugd. Hoe de dyslexiezorg dan geregeld wordt is nog onbekend.

Dyslexiezorg wordt conform het protocol dyslexie diagnostiek en behandeling geleverd. Deze zorg kan uitsluitend geboden worden door een daarvoor bevoegde hoofdbehandelaar, waaronder de orthopedagoog-generalist. Dat betekent niet dat basis-orthopedagogen geen dyslexiebehandeling kunnen geven. Onder verantwoordelijkheid van een hoofdbehandelaar kunnen zij opereren als medebehandelaar. Echter, alleen de hoofdbehandelaar kan dyslexiezorg declareren bij zorgverzekeraars.

De NVO spant zich samen met het NIP en de twee kwaliteitsinstituten in om de huidige kwaliteit en organisatie van dyslexiezorg te behouden voor de inkoop van deze zorg door gemeenten vanaf 2015.

 

Het voeren van een eigen praktijk( tot 2015)

Voor het starten van een eigen praktijk is het niet noodzakelijk om geregistreerd te zijn als orthopedagoog-generalist of gz-psycholoog. Iedere orthopedagoog kan een eigen praktijk beginnen.

Echter, niet iedere orthopedagoog kan zelfstandig verzekerde GGZ-zorg bieden. Conform de NZa-beleidsregels voor de basis GGZ kan deze zorg uitsluitend geboden worden door of onder verantwoordelijkheid van een hoofdbehandelaar, waaronder de orthopedagoog-generalist. Dat geldt voor zowel gecontracteerde als niet gecontracteerde zorg.

Uitzondering hierop vormt de CZ-groep die orthopedagogen-generalist uitsluit van contractering en vergoeding als hoofdbehandelaar in de basis GGZ. Basis-orthopedagogen kunnen in opdracht van een hoofdbehandelaar als medebehandelaar zorg verlenen.

De mogelijkheden voor het bieden van gespecialiseerde GGZ binnen een eigen praktijk zijn gering. Zorgverzekeraars stellen veelal als voorwaarde dat de hoofdbehandelaar een specialist is onder de Wet BIG: klinisch psycholoog of psychiater. Onder voorwaarden kan in beperkte mate medebehandelaars worden ingezet, waaronder orthopedagogen(-generalist).

 

Bevoegd: diagnose en curatieve behandeling(tot 2015)

Orthopedagogen-generalist zijn in ieder geval bevoegd om ten behoeve van basis GGZ DSM-stoornissen vast te stellen én cliënten daarvoor te behandelen. Basis-orthopedagogen mogen zelf geen diagnose vaststellen maar weldegelijk als medebehandelaar behandelen.

Binnen de gespecialiseerde GGZ mogen orthopedagogen die niet BIG-geregistreerd zijn geen diagnose stellen. Wel kunnen zij in opdracht van een hoofdbehandelaar als medebehandelaar behandelen.


Transitie Jeugd vanaf 2015

Per 2015 treedt de nieuwe Jeugdwet in werking. Vanaf dat moment zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugd-GGZ en de inkoop daarvan. Naar verwachting nemen de zorgverzekeraars in opdracht van de gemeenten nog enkele jaren de inkoop voor hun rekening. Echter, dan gelden niet langer de beleidsregelingen van de NZa, de zorgverzekeringswet, noch het besluit hoofdbehandelaarschap GGZ. Het is op dit moment nog onduidelijk wat daarvan de consequenties zijn voor de inkoop van de jeugd-GGZ en de rol en positie van orthopedagogen.

 

Volwassenzorg

Is een orthopedagoog bevoegd voor diagnostiek bij en behandeling van volwassenen?

Orthopedagogen die zich op grond van kennis, ervaring en kunde in redelijkheid bekwaam kunnen achten tot het verrichten van onderzoek, behandeling en begeleiding van volwassenen (met een verstandelijke beperking) mag zich daartoe bevoegd achten. Het is verstandig om daarbij het deskundigheidsgebied van andere relevante beroepen in acht te nemen. Orthopedagogen laten werkzaamheden op het vlak van volwassenen over aan die beroepen wanneer de noodzakelijke werkzaamheden meer of overwegend op het deskundigheidsgebied van een ander beroep ligt.